|
Wolven gedrag

Bij wolven, die nog hun pure wolven gedrag hebben, heerst nog
echt roedel gedrag.
Wolven zijn zeer sociale dieren en leven in groepen van 2 tot wel 24
leden.
Hoe meer leden een roedel heeft, hoe grotere prooien ze kunnen vangen.
De wolvenroedel wordt geleid door de sterkste en de meest ervaren wolven.
De roedel bestaat voornamelijk uit familiebanden. Deze banden maken een
roedel wolven sterk, omdat de
welpen opgevoed worden door heel de roedel. Zo leren de jongen al vroeg
wat hun plaats is en welke taak ze hebben in de groep.
De jonge welpen volgen de leiders tot ze oud genoeg zijn om zelf een
roedel te gaan vormen.
Dit doen ze samen met hun broers. Een roedel wolven bestaat voornamelijk
uit ouder en nakomelingen, of broers, de teven komen
uit andere roedels. Dit voorkomt inteelt.
Een groep wolven heeft een strakke sociale organisatie waarbinnen elk lid
zijn plaatst kent.
Alleen het Alfa paar krijgt jongen.
De Alfa reu heeft de leiding tijdens de jacht en verdedigt de roedel tegen
vijanden en zorgt dat iedere wolf zijn plaats weet.
Wolven maken gebruik van lichaamstaal, waarin verschillende
lichaamhoudingen en gezichtsuitdrukkingen voor komen.
Wanneer een hogere wolf een lagere begroet, staat de hogere ook
hoog, dus staart en oren omhoog en de lagere staat ook
letterlijk laag, staart en oren zijn laag.
De Alfa wolf maakt zich groot, waardoor een lagere zich
onderwerpt en zich op de rug te rolt, dit om een conflict te
vermeiden.
De lagere kan ook de hogere gunstig stemmen door hem de bek te
likken.
Onder het Alfa paar, zit vaak een bètapaar die het Alfa paar
ondersteunen bij het leiden van de groep.
De banden onderling worden onderhouden door elkaar aan te raken.
Ze wrijven hun lichaam tegen elkaar aan en likken elkaar en
steken de neus in elkaars vacht en door de spelen.
Dit is echter wel gebonden aan regels en volgorde.
Oudere en zieke dieren worden meestal verstoten en leven nog een
kort eenzaam bestaan.
De wolf kent geen sentiment. De oudere en zieke dieren zouden de
jacht verstoren, de rest niet bij kunnen houden.
Ze zouden eerder tot last zijn en dit bevorderd de veiligheid en
daarmee het voortbestaan van de roedel niet.
Het territorium neemt ook een belangrijke plek in en wordt goed
verdedigt. De grenzen worden afgezet met geur om aan
voorbijgangers aan te geven waar de grenzen zijn.
Ook wordt er gebruik gemaakt van gehuil om wolven in de omgeving
duidelijk te maken dat ze er zijn, maar ook om familie te laten
weten waar ze zijn of om de groep bij elkaar te roepen.
De grote van het territorium is afhankelijk van het voedsel
aanbod en de groeps grote.
In het midden is de speelplek, waar de oudere welpen in een
crèche verblijven en veilig kunnen spelen.
Het jagen gebeurd in groepsverband. ieder heeft zijn taak en
maakt gebruik van zijn talenten. De één kan beter speuren en de
ander is slim of juist snel, zo kunnen ze door samen te werken
hun prooi vangen.
De hond in vergelijking met de wolf.
Ondanks
dat de hond door mensen wordt gefokt en opgevoed, zitten er nog
wel de instincten van de wolf in een hond.
Vele roepen dat het gedrag van de hond niets meer lijkt op dat
van de wolf. Maar dat is dan ook de schuld van de mensen die
willen dat de hond zich op een bepaalde manier gedraagt.
Honden zijn door gefokt en eigenschappen geselecteerd voor de
doeleinden die de mens wilde.
Toch is er verder weinig veranderd in gedrag! Wanneer je kijkt
hoe 8 pups opgroeien in een roedel van 8 honden, en ziet dat
moeder al begint met discipline en het aanleren van
vaardigheden. En dat, zodra de pups zich tussen de andere honden
gaan bewegen, deze mede opgevoed worden door de andere honden.
Dat het eerste wat de Alfa reu (eigenlijk Bèta, want de mens is
hier de Alfa, maar voor het gemak praten we over de Alfa) de
pups leert is respect! De pup die niet op een nederige manier
hem komt begroeten krijgt een grauw, precies zoals de wolf dit
doet bij ranglagere. Er is in eerste instantie discipline, zowel
bij wolven, als bij honden.
Het verschil van een wolvenroedel en een hondenroedel, is dat de
hondenroedel vaak samengesteld is door de mens, met honden uit
verschillende nesten en met verschillende achtergronden, die
elkaar moeten leren kennen en een hiërarchie vormen. Een
wolvenroedel bestaat voornamelijk uit familiebanden,
nakomelingen. Die zijn met elkaar opgegroeid en binnen die groep
opgevoed mét de regels die er gelden.
Bij de wolf zijn de rangen met de rechten en plichten die
daarbij horen van levensbelang.
Een ieder moet weten welke taak hij heeft tijdens de jacht. Er
is geen ruzie over wie het spoor volgt of wie aan welke kant
loopt en wie waar aan valt. Ze lopen elkaar niet voor de voeten,
jagen is een serieuze aangelegenheid.
De hond hoeft niet te jagen, die krijgt zijn eten toch wel. De
wandeling is doorgaans meer ontspannen en er zijn geen regels,
er wordt gesnuffeld en gezwommen en achter een bal aan gerent.
Maar zodra je meer honden bij elkaar ziet, zelfs in een
tijdelijke roedel van honden die elkaar ontmoeten zie je dat
zich een hiërarchie vormt. Er wordt bepaald wie wat mag,
onderling wordt er afgetast, wat wij spelen noemen, naar de
rangen en status van de ander en wat je wel en niet kan doen bij
de ander.
Vaak zie je dat een hond die normaal zelf zijn bal uit het water
haalt, dit ineens aan een andere hond over laat. Dit is een
stukje jacht. Ze gaan met z'n allen achter een bal aan, maar de
snelste mag hem vangen/halen. Omdat de honden niet aan een vaste
roedel behoren, kan dit wel eens leiden tot ruzies, wat onder
wolven niet snel voor komt.
 Ook de honden hebben elk hun vaardigheden. Zo kan het opvallen
dat meerdere honden samenwerken. Je gooit een bal, alles rent er
achter aan, maar de één 'geeft al snel op' lijkt het, en als de
bal in hoog gras of de bosjes verdwijnt, gaat de beste speurneus
de bal zoeken, terwijl de rest af wacht. Bij het gooien van de
bal is alleen het spel belangrijk, het is niet van levensbelang
dat de bal terug gehaald zal worden. Een hond met minder
jachtdrift, die dus niet zo bedreven is in het jagen, zal het
rennen achter de bal al snel staken.

Bij de wolven wordt er geen bal of stok, maar echte prooi
nagejaagd wat van levens belang is. Hierbij kun je geen fouten
maken of het opgeven omdat je er even geen zin in hebt.
In wezen hebben wij mensen van onze hond maar een lui dier
gemaakt, terwijl elk ras is gefokt met een doel om te werken .
Toch zitten die driften er in meer of mindere mate in bij de hond.
De wolf wordt door zijn soort genoten opgevoed. Zonder
medelijden, zonder beloning snoepjes, zonder zielig gevonden te
worden en met discipline. En toch is de wolf niet gestrest, is
het een stabiel, evenwichtig en sociaal wezen. Zonder
hondenkwalen als angst, angstagressie, onzekerheid,
verlatingsangst etc.
De hond komt (vaak te vroeg!) uit het nest bij mensen die het
gaan vertroetelen, het is zo'n schattig bolletje. Iedereen wil
het knuffelen en discipline, opvoeden, is zielig. Heeft de pup
van zijn moeder de omgangs regels geleerd, lijkt hij dat bij de
mens helemaal niet nodig te hebben. Mag het, onder het mom van 'hij is zo
sociaal, hij wil met elke hond spelen' andere honden domineren
en zich opdringen. Wordt dat door een andere hond niet
geaccepteerd, dan is de volwassen hond ineens asociaal en zou
het niet horen dat een volwassen hond een pup corrigeert. De pup
wordt dan getroost. Alles wat de pup van moeder hond leerde,
wordt door de mens (vaak onbewust) teniet gedaan.
Komt de wolvenwelp met zo'n 8 weken pas uit het hol en gaat dan
het sociale leren in, wordt het opgevoed door soortgenoten, de
mens maakt van de pup een hoopje ellende, verwarring, door niet
consequent te zijn en te denken dat de pup nog te jong is om
opgevoed te worden. Liefde alleen is echter niet genoeg. Ook de
hond heef discipline nodig, moet zijn grenzen kennen. Moet leren
hoe het met andere honden om gaat, hij moet dit leren door
ervaring, om zo zelf oplossingen voor problemen te vinden.
Het verschil tussen de hond en zijn voorvader de wolf is dus dat
de wolf gewoon wolf kan zijn en de hond aan het beeld van
huisdier voor de mens moet voldoen, met alle beperkingen die we
hem , bewust of onbewust, opleggen. De hond mag immers niet
achter een ree of konijn aan jagen? Moet aan de lijn lopen,
krijgt geen duidelijke leiding. Wordt niet begrepen als hij zijn
driften niet kan gebruiken, zodat het een onzekere gestreste
hond wordt die ongewenst gedrag gaat vertonen. Omdat de hond het
niet nodig heeft om te jagen, moet je hem toch ergens mee bezig
houden, zijn natuurlijke instincten voeden. Basic gezien is de
hond gewoon hond, die heel wat geërfd heeft van de wolf
qua eigenschappen. daarom is in wezen het gedrag en de taal van
de hond nog steeds gelijk aan die van de hond. Daarom kunnen we
grotendeels het voorbeeld van hoe wolven of honden met elkaar om
gaan, overnemen in onze omgang met de hond.
Copyright
© 2011
Cazanshondencentrum®. Alle rechten voorbehouden.
|